world-of-3d.com

Photographic techniques

Opnametechniek



Bij het maken van stereo-opnamen hebben we om een goed resultaat te krijgen te maken met zowel de gewone fotografische regels (compositieleer) als met specifieke elementen van de stereofotografie. Ervaring speelt ook een rol. Hieronder worden enkele tips (regels) behandeld om tot een beter resultaat te komen.

1. De "Gulden Snede (Devine Section / Golden Section)". Wanneer dit verdelingsprincipe wordt toegepast in het bepalen van de compositie dan heeft dit op het menselijk brein de uitwerking dat het beeld als rustig en "goed" wordt ervaren. De Egyptenaren zouden dit principe al hebben toegepast in hun architectuur.

De eenvoudige benadering

De eenvoudige benadering: De "The Rule of Thirds". Dit is een eenvoudige en zeer effectieve regel in de compositieleer die stelt dat je het beeld moet opdelen in 9 vlakken. Trek denkbeeldig op gelijke afstand twee horizontale lijnen in het beeld (1/3 en 2/3 hoogte) en evenzo twee vertikale lijnen (1/3 en 2/3 breedte). Plaats nu objecten op deze lijnen om een betere opname te krijgen. Dus, een persoon niet in het midden plaatsen maar op 1/3 van links of rechts. En zo ook, de scheidslijn tussen lucht en land (of zee) niet in het midden maar op 1/3 of 2/3 hoogte van de onderrand. In het laatste geval bepaalt dit duidelijk waar de nadruk op wordt gelegd, een spannende wolkenlucht of een interessante voorgrond.

 

De exacte uitwerking

De exacte uitwerking: Volgens het woordenboek is de gulden snede de "verdeling van een lijn zodanig dat het langste stuk middenevenredig is tussen het geheel en het kortste stuk". Dat behoeft enige vertaling!

Concreet betekent dit het volgende: wanneer we een lijn hebben ter lengte C en we delen deze lijn op in een stuk A en B (en dus A+B=C) dan geldt dat A zich verhoudt tot B zoals B tot C.

In formulevorm: (A:B)=(B:C) of iets anders geschreven A/B = B/C

Dit vermenigvuldigd met B en C geeft dan: "Het product van A en C is gelijk aan B in het kwadraat".

We kunnen A/B = B/C ook schrijven als A/B = B/(A+B). Dit geeft dan A⊃2; + A.B - B⊃2; = 0.

Nemen we nu aan dat A=1 dan vinden we dat B=1,618 moet zijn (en dus C=2,618). Ook met andere getallen zullen er uitkomsten verschijnen die telkens de factor 1,618 geven. Net als het in de wiskunde bekende getal "pi" vinden we voor de gulden snede ook een constante verhouding.

De verhouding van de gulden snede bedraagt 1,618.

Voorbeelden in de architectuur waarbij deze regel is toegepast zijn de piramiden in Egypte, het Parthenon in Athene en de Notre Dame in Parijs. Ook het beroemde fresco van het Laatste Avondmaal is met deze verhoudingen geschilderd en zelfs in de moderne plastische chirurgie houdt men er rekening mee!. Daar de meeste fotografen niet met een grote meetlat te velde trekken zou ik aanbevelen om de "Rule of Thirds" toe te passen. Eenvoudig en zeer effectief!

2. De "Coulissetechniek". Weleens in een ouderwetse kijkdoos gekeken? Wat daarin opvalt is dat er van voor naar achteren voorwerpen zijn geplaatst om een mooi geleidelijk diepte-effect te krijgen. Een enkel object op afstand geeft veel minder diepte-ervaring dan een opeenvolging van objecten die onze ogen steeds verder (dieper) de ruimte in voert. Door objecten geleidelijk van dichtbij naar veraf te plaatsen krijgen we meerdere lagen in het beeld waardoor niet alleen het ruimtelijk effect wordt versterkt maar ook nog een rustiger beeld wordt verkregen. Onze ogen hoeven niet al te grote sprongen te maken. Door hier goed op te letten bij het maken van stereoplaatjes wordt een veel spannender en tevens rustiger 3D-beeld gerealiseerd. We spreken in dit geval ook wel over de "coulissetechniek". Op het toneel dienden tot in de 19e eeuw de coulissen (beweegbare decoraties) ter versterking van de ruimtelijke illusie. In (oude) tekenfilms zie je dit ook met regelmaat op fraaie wijze toegepast. Door (letterlijk) lagen van foliemateriaal met daarop getekende objecten uiteen te schuiven wordt het oog ook de diepte in getrokken. Let er maar eens op!

"Groepsfoto" (Sony P150 / 11cm basis).

Op deze opname van een groep is duidelijk de coulissetechniek toegepast. Er is een geleidelijk verloop in diepte van voor- naar achtergrond. Ook waarneembaar is dat de personen die zich meer naar achteren bevinden "plat" lijken te zijn. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat objecten een bepaalde grootte (dikte) dienen te hebben op iedere afstand om nog als 3D object te worden waargenomen. Een object op 10 meter afstand dient ongeveer een halve meter diep (dik) te zijn. Dan moet je dus een aardige buik hebben om als mens nog driedimensionaal waarneembaar te zijn!!!

3. Afstand. Bij het maken van stereoplaatjes speelt de afstand tot het eerste object een grote rol in het diepte-effect dat wordt bereikt. Durf, met inachtname van het bovenstaande, dicht op je voorgrond te gaan staan. Zie in dit kader ook de 1:30 regel onder hyperstereo.

4. Positie. Zoek een goed standpunt om de opame te maken. Altijd op ooghoogte plaatjes schieten levert minder spannende beelden op dan eens de camera boven het hoofd houden, op een trap te gaan staan of door de knietjes te zakken (de zogenaamde "hurkenstereo"). Verras uw publiek met ongewone standpunten!