world-of-3d.com

Slide mounting

Het monteren in diaraampjes

Het inramen van stereodia's is de meest "tijdrovende" aangelegenheid bij het beoefenen van de schone kunst der stereofotografie. Dat komt omdat de nauwkeurigheid die bij het inramen wordt betracht van doorslaggevende invloed is op het eindresultaat! Ik krijg slechts 4 a 5 diaparen per uur goed ingeraamd, anderen hebben een hogere snelheid. Om een goed ingeraamde serie van een kwartier (80 diaparen) te maken moet ik aldus twee werkdagen uittrekken en misschien nog wel meer omdat 8 uur continu inramen een voor de ogen zeer vermoeiende bezigheid kan zijn. Daarnaast dient er ook nog tijd te worden gereserveerd voor het voorbereiden en inspreken van zinvol commentaar bij een gepaste achtergrondmuziek. In het begin is het aldus raadzaam om te beginnen met het maken van een korte serie van maximaal 5 minuten. Door het selectiever te werk gaan bij het kiezen van geschikte opnamen blijken dit meestal ook nog de beste presentaties te worden. Op deze pagina zullen de begrippen "schijnraam", "coulissetechniek", "hoogtefout", "rotatiefout", "pseudo", "gescheiden c.q. verbonden paar" en het kiezen van het juiste soort afplaktape uitvoerig aan de orde komen.

Vele soorten, vele maten...!

De firma GePe heeft voor stereofotografen een zeer ruim assortiment van goede kwaliteit.

Het schijnraam.

Onder het schijnraam verstaan we het venster waardoor we de driedimensionale wereld bekijken. In de praktijk is dit het gecombineerde kader van het linker- en rechterdiaraampje van de stereodia. Soms kan er zelfs iets uit dit schijnraam de zaal in steken ter verhoging van het 3D-effect. Belangrijk hierbij is dat het inramen uiterst nauwkeurig is gebeurd. Daarover verder op deze pagina meer.

Inraam hulpmiddelen.

Inraamapparaat "Model Vissers".

De hierboven afgebeelde inraamprojector (model Chris Vissers) heeft knoppen en schuiven om hoogte- en rotatiefouten te corrigeren. Met behulp van twee lenzen worden via een daarboven onder 45 graden opgestelde spiegel de linker- en rechterbeelden op een scherm geprojecteerd. Door de "vlinder" snel door de lichtbundels heen en weer te bewegen wisselen links en rechts elkaar op het scherm snel af en daardoor is een goede controle op hoogte- en rotatiefouten mogelijk. Het heen en weer springen van objecten mag immers alleen in horizontale richting geschieden. Een eenvoudiger (en goedkoper) inraambakje met dubbele loupe (model van Ekeren), zoals hieronder getoond, werkt ook heel goed om nauwkeurig in te kunnen ramen. De beide dia's worden van onderen belicht.

Inraam hulpmiddel (model van Ekeren).

Eenvoudiger en goedkoper dan het inraamapparaat van Chris Vissers. In plaats van inramen m.b.v. een geprojecteerd beeld wordt nu gewerkt op een klein lichtbakje voorzien van dubbele loupe. Deze handige inraamapparaatjes zijn tot in Japan verkocht en nog steeds leverbaar.

Hoogte- en rotatiefouten.

Hoogte- en rotatiefouten zijn fnuikend voor een plezierig avondje stereoprojectie. Uw gasten zullen met een knetterende hoofdpijn het pand verlaten en nooit meer geconfronteerd willen worden met uw nieuwe hobby die men toch al zo curieus vond. Kortom; hoogte- en rotatiefouten zijn een doodzonde bij het bedrijven van de stereofotografie!!! Wat zijn deze fouten en hoe kunnen ze worden voorkomen? Neem het diapaar en selecteer op beide dia's twee gelijke punten. We noemen die A en B. De A op het linkerbeeld mag alleen in horizontale richting zijn verschoven t.o.v. de A op het rechterbeeld. Evenzo voor de beide B's. Wanneer op het rechterbeeld A en B over een gelijke hoogte zijn verschoven t.o.v. de punten A en B links dan spreken we over een hoogtefout. Indien beide A's op dezelfde hoogte zitten maar de B's een onderling hoogteverschil hebben dan hebben we een rotatiefout. Wanneer de A en B rechts een verschillend hoogteverschil vertonen met de A en B van het linkerbeeld dan hebben we een gecombineerde hoogte+rotatie fout. Bij een rotatiefout treedt bij projectie een ronde veeg op over het scherm, welke goed te zien is wanneer de polabril wordt afgedaan. Controleer altijd uw diaparen op deze (de "A+B methodiek") wijze.

Pseudo-stereo (Inversie).

Wanneer we links en rechts omkeren dan krijgen we een zogenaamde "pseudo". Er is wel diepte, maar tegengesteld aan wat we normaal verwachten. Dit effect kan soms ook optreden door beweging van objecten (zoals wolken) in het landschap. Zie hiervoor de pagina over hyperstereo. Een betere term voor het verwisselde links-rechts beeld is "inversie".

Gescheiden en verbonden paren.

Bij het inramen van stereoparen hebben we de keuze dit in losse diaraampjes te doen (50x50 mm, maximale binnenmaat 40x40 mm) of als verbonden paar in een masker van 41x101 mm. Losse diaraampjes zijn overal en in vele variaties te koop. De maskers voor verbonden paren kunnen alleen bij gespecialiseerde 3D-dealers worden gekocht. Hetzelfde geldt voor de projectoren. De enige firma die momenteel projectoren maakt voor verbonden paren is RBT in Duitsland. Om diverse redenen (verkrijgbaarheid, kwaliteit, variatie in formaten, bescherming tussen glas) heb ik gekozen voor het werken met gescheiden paren en de raampjes van de firma GePe. De raampjes hebben een hoge kwaliteit (scherpe metalen binnenmaskers) en bieden een goede bescherming dankzij hun Anti-Newton (AN) glas. De grote variatie in maskers geeft veel vrijheid en creativiteit bij het inramen. Zo gebruik in standaard 32x24 mm maskers. Dit geeft 4 mm horizontale "schuifruimte" om foutjes van bijvoorbeeld te dichtbij staande objecten te corrigeren. Voor creativiteit gebruik ik ook wel eens 17x35 mm (mooi voor landschapsopnamen). Bij het werken met grotere formaten (45x60 mm middenformaat, 60x60 of 60x70 mm) is er geen andere keuze dan te kiezen voor gescheiden paren.

Het uiteindelijk resultaat.

We hebben goed opgelet bij het maken van de stereodia dat de stereoschuif/stereocamera horizontaal gehouden werd. Eventueel toch opgetreden kleine hoogte- en/of rotatiefoutjes hebben we hersteld. We kunnen de dia's in de raampjes gaan vastzetten met tape. Hoe zal het uiteindelijke resultaat zijn? Het finale resultaat hangt af van het goed toepassen van de 1:30 regel, voldoende diepte-treden in het beeld plaatsen en......de goede montage binnen het schijnraam. In principe geldt dat voorwerpen die het schijnraam raken op beide beeldhelften op dezelfde plaats moeten zitten. Dus hebben we een boomstam van boven naar beneden dwars door het beeld als voorgrond, dan zit die op beide dia's op x millimeter van links. Indien we nu een van beide dia's naar links of rechts schuiven dan zal het schijnraam van voor naar achter bewegen en vice versa. Naar voren is OK, naar achteren kan niet omdat dan het schijnraam dan ruimtelijk achter de boomstam komt. Er hangt dan een stuk boomstam in de ruimte. Indien we ons niet helemaal aan de 1:30 regel hebben gehouden en er voorwerpen te dichtbij zijn gefotografeerd dan is er door horizontaal schuiven van de dia's correctie achteraf mogelijk. In dit geval zal echter de verschuiving in de achtergrond groter zijn dan normaal en resulteren in een groter, misschien wel te overdreven, diepte-effect. Vooral bij projectie kan deze "stretch" voor toeschouwers achter in de zaal een (te) overdreven beeld opleveren.
Soms is het mogelijk om voorwerpen uit het schijnraam de zaal in te laten steken. Dit moet met mate worden toegepast in een serie en ook niet al te veel worden overdreven. Te denken valt aan de neus van een vliegtuig (n.b. dat het schijnraam niet verder naar achteren kan dan het neuslandingsgestel), een uitstekende arm, een paardenkop (pardon,...hoofd), etc.

Houd hierbij de volgende regel in het oog: IN=UIT en UIT=IN

Dit betekent dat we bij het ineenschuiven van het diapaar iets uit het schijnraam laten steken en omgekeerd. Schuiven we alleen de rechterdia naar links (=ineen) dan komen de voorwerpen op de dia dus dichterbij het schijnraam te liggen of steken daar zelfs uit. Wanneer het diapaar goed in de raampjes zit, bij GePe kun je de dia's makkelijk in metalen sneetjes vastklippen en daarna verschuiven (zie de afbeelding van de raampjes hierboven), dan kan het afdekraampje erop. Alvorens dit te doen tapen we de dia's in de raampjes vast om verschuiven na het afmonteren te voorkomen. In de regel doen we dit op 1 plaats (langs onderrand) zodat de dia in de hete projectoren kan uitzetten en gebruiken we goede tape die niet gaat uitvloeien. De witmatte tape (die ook kan worden beschreven) is hiervoor ideaal. Gewoon plakband geeft op termijn een plakkerige rommel en laat ook los.