world-of-3d.com

Make your own stereo's

Is het moeilijk?

Veel mensen denken dat het zelf maken van stereo-opnamen erg moeilijk is en dat je er veel voor nodig hebt. Ten onrechte! Iedereen die een beetje kennis heeft van de fotografie kan stereo-opnamen maken. Lees dus vooral verder om te zien hoe eenvoudig het eigenlijk is. Moeilijkheden (zoals het perfect inramen van stereoparen) en de diverse technieken (het werken met diamateriaal, anaglyphendruk en digitale 3D) komen op de andere pagina's van deze site aan bod. Wat heb je minimaal nodig om te kunnen beginnen? Het enige dat je nodig hebt is een gewone "mono" fotocamera, geladen met een niet al te gevoelige diafilm, en twee diakijkertjes van een paar euro per stuk om zelf een stereokijker te maken. Daarover later meer.

Voor de digitalisten is het maken van stereo-opnamen wel heel erg makkelijk geworden. Met een enkele digitale camera en stereoschuif kom je al een heel eind. En met de gratis te downloaden software Stereo Photo Maker (zie de 3d-links pagina) kun je volautomatisch (!) perfect ingeraamde stereo's maken. COSIMA doet hetzelfde en heeft meer instelmogelijkheden. Dit programma kost echter 99 euro voor twee licenties.

Voor COSIMA informatie en het downloaden van een proefversie ga naar: http://www.herbig-3d.de/cosima

Wat is diepte?

Eerst even een korte uitleg over het zien van "diepte". Een mens kan diepte zien doordat hij twee ogen heeft. Beide ogen zien een verschillend "plaatje". Het linkerhoek ziet alles vanuit een net iets andere hoek dan het rechteroog. Daardoor ontstaan verschillen. Deze zijn het grootst op korte afstand. Strek de arm maar eens uit en steek een vinger op. Kijk naar de verte met afwisselend het linker- en rechteroog. Je ziet nu de vinger heen en weer "springen" t.o.v. de horizon. Deze verschillen worden door de hersenen ook geregistreerd en tot een driedimensionaal beeld verwerkt. Daardoor weten we wat dichtbij is en wat ver van ons verwijderd is. Door nu met een enkele camera op dezelfde wijze twee plaatjes te maken, dat wil zeggen door tussen de twee opnamen de camera over de oogafstand (dit noemen we de stereobasis) te verschuiven, kunnen we onze hersenen voor de gek houden. De twee platte plaatjes worden door onze hersenen weer omgezet in een beeld met diepte-informatie.


Het werken met een monocamera.
Laten we het bovenstaande eens in de praktijk gaan brengen. Pak de camera er maar bij!

(1) Zoek een niet bewegend onderwerp uit. Te denken valt bijvoorbeeld aan het interieur van een kamer.

(2) Zet de camera langs de rand van een tafel of bevestig een plankje op een statief (moet wel goed horizontaal staan).

(3) Zorg dat er geen voorwerpen dichterbij staan dan 2 meter.

(4) Stel scherp.

(5) Gebruik een zo klein mogelijk diafragma (dus grote diafragmawaarde zoals 8, 11, 16).

(6) Maak een foto.

(7) Schuif de camera 65 millimeter naar rechts. Verander de instellingen niet.

(8) Maak een tweede foto.

GEFELICITEERD!!!, je hebt je eerste stereodia gemaakt.

De Viewer

Je kunt nu het resultaat gaan bekijken door twee gewone diaviewers van een paar euro per stuk aan elkaar te plakken. Dit moet wel goed recht gebeuren en de afstand tussen het midden van de beide lensassen moet gelijk zijn aan de oogafstand, dus 65 mm. De kijker hierboven is samengesteld uit twee vierkante (handig!) HAMA-kijkertjes en een op de juiste afstand afgeslepen stukje plastic. Zorg ervoor dat de dia's ook goed recht in de diaraampjes zitten anders krijg je snel schele hoofdpijn bij het bekijken van het resultaat. Meer over goed inramen op de volgende pagina.

Digitalisten kunnen hun resultaten nu op het PC-scherm gaan bewonderen. Daarvoor heb je echter een beeldsplitter nodig zoals de kleine en opvouwbare "Pokescope" of de zeer goede (van karton, maar met echte spiegels) "DSI-viewer". Deze laatste is te bestellen voor 42 euro bij http://www.perspektrum.de en wordt door mij van harte aanbevolen. Ik gebruik deze viewer standaard.

 

STAP 1

Verdere toelichting. Voordat we volgaan met het schieten van stereodia's is het noodzakelijk om nog wat verdere toelichting te geven op het bovenstaande "stappenplan".

(1) Gebruik een stilstaand onderwerp. Dit is noodzakelijk omdat we 1 monocamera gebruiken voor het maken van de stereodia. Het rechterbeeld en linkerbeeld worden niet gelijktijdig gemaakt en dus mag er niets in de tussentijd bewegen anders kunnen onze hersenen dit niet meer met elkaar in overeenstemming brengen. Om bewegende objecten te kunnen fotograferen heb je een samengebouwde stereocamera nodig of twee mono camera's die een perfecte mechanische (met dubbele draadontspanner) of electronische koppeling hebben. Moderne camera's beschikken in de regel over een electronische koppelmogelijkheid die normaal wordt gebruikt om op afstand de camera te kunnen bedienen. De hiernaast afgebeelde Pentax MZ-M camera's zijn electronisch gekoppeld.

Een ander voorbeeld van electronische koppeling zijn onderstaande LEICA Miniluxen. De basis van deze 3D-camera, die licht genoeg is om vanuit de hand mee te werken, bedraagt ongeveer 14 centimeter. Super optiekjes en een "wheater-proof" body maakten het mogelijk om onder arctische omstandigheden in IJsland stereodia's te schieten. Een prima camera! In plaats van het enkele "rode LEICA rondje" op iedere camera - volgens een Frans fotoblad "la symbole du snobibisme" - heeft deze er voor 3D toepasselijk drie! Het derde rondje - op de foto linksonder - is de gezamenlijke ontspanknop van deze "DREICA".

In de laatste twee jaar zijn er diverse gekoppelde digitale camera's ontwikkeld. Zie hiervoor verder op de pagina 3D-igital Equipment

 

The "DREICA".

STAP 2 en 3

(2) Het evenwijdig verschuiven. Dit is noodzakelijk omdat je ogen ook "in lijn" met elkaar liggen (tenminste dat mogen we aannemen). Door niet evenwijdig te verschuiven ontstaan er hoogte- en/of rotatiefouten in het stereobeeld.

(3) De afstand tot het onderwerp. De verschuiving en de afstand tot het dichtsbijzijnde voorwerp hebben een onderling verband. Dit verband wordt uitgedrukt in de volgende formule die beter bekend staat als de "1-op-30" regel.

cameraverschuiving = voorwerpafstand / 30


Dus indien het dichtstbijzijnde voorwerp op een meter afstand staat dan is de maximale cameraverschuiving gelijk aan 1000/30 = 33 millimeter. Voor een afstand van 2 meter wordt het 65 mm. Probeer altijd een voorwerp op de voorgrond te hebben, daar zit het meeste diepte-effect, of pas de stereobasis (de verschuiving) aan.

Voor het menselijk oog is de "1-op-30" regel niet van toepassing daar het oog kan convergeren (= beide ogen richten zich naar elkaar toe, de oogassen kruisen elkaar in het voorwerp). Hierdoor is het mogelijk om nog tot zeer dichtbij 3D te zien met een veel te grote stereobasis. Met twee gekoppelde camera's is het in principe ook mogelijk om te convergeren maar hierdoor ontstaan weer vertekeningsproblemen. Niet doen dus is mijn advies!

 

STAP 4 en 5

(4)/(5) De scherpstelling en het diafragma. Bij het scherpstellen gaat het er om dat zowel voorgrond als achtergrond scherp worden. Bij mono dia's er creatief "gespeeld" worden met scherpte en onscherpte, in stereodia's werkt onscherpte verstorend op het diepte-effect. Om een grote scherptediepte in de opname te krijgen dient een klein diafragma (= hoog diafragmagetal) te worden gekozen. In de praktijk ligt dit tussen de 8 en 22. We gebruiken ook een niet al te gevoelige diafilm (50, 64 of 100 ASA) omdat in stereokijkers de filmkorrel snel zichtbaar wordt. Om onderbelichting, als gevolg van de combinatie van een klein diafragma en het gebruik van een ongevoelige film, te voorkomen is dan meestal ook een lange sluitertijd (1/60 of langer) nodig. Het gebruik van een statief in combinatie met een draadontspanner wordt in dergelijke situaties aanbevolen.

Opmerking: Digitale camera's hebben vanwege de kleine beeldsensoren veel lagere brandpuntsafstanden en derhalve een aanzienlijk grotere scherptediepte hetgeen voor stereo natuurlijk een belangrijk pluspunt is.

Bij het gebruik van een flitser moet deze niet aan de (mono)camera vast zitten. Door het met de camera gelijktijdig verschuiven van de flitser zou de schaduwwerking in beide beeldhelften t.o.v. elkaar veranderen hetgeen een zeer onrustig stereobeeld geeft. De flitser moet dus bij voorkeur op een apart statief staan. Bij gekoppelde camerasystemen treedt dit probleem niet op. Er wordt dan 1 flitser in de flitsschoen van een van de beide camera's geschoven. Bij digitale camera's is het synchroon flitsen nog niet perfect al zijn daar wel diverse dure (400 euro en meer) apparaatjes voor te koop waarvan men claimt dat die dat kunnen bewerkstelligen.

Dat was het belangrijkste dat je moet weten om een goede stereodia te kunnen maken. Maar,....nu willen we stereodia ook nog ongestoord kunnen bekijken. Op de volgende twee pagina's wordt daarom nader ingegaan op zowel het inramen als de stereokijker die je nodig hebt.

Werken met een voorzetstuk

Naast het verschuiven van een monocamera m.b.v. bijvoorbeeld een stereoschuif bestaat er nog een tweede manier om met een monocamera 3D-opnamen te maken. We hebben dan een stereo-voorzetstuk nodig.

 

Bekend zijn de voorzetstukken en kijkers van Pentax en Stitz. Hiernaast is de set van StereoWorld afgebeeld welke een kloon is van het Pentax setje van zo'n 25 jaar geleden. Geschroefd op de 49 mm draad van de lensvatting van het 50 mm objectief van de ME-camera ging ik in 1979 voor het eerst op avontuur. De door de spiegels op 1 positief "ingestraalde" beeldhelften resulteerden in leuke plaatjes op halfkleinbeeld formaat. Afhankelijk van het gekozen diafragma onstond een redelijk brede zwarte balk tussen de beide beeldjes hetgeen toch wel hinderlijk was (en nog steeds is). Ook hinderlijke reflecties tussen de spiegels, als gevolg van schuin invallende zonnestralen, vielen mij ten deel. Voor serieuze stereofotografen is het voorzetstuk dus geen optie. Voor beginners is het echter een nuttig hulpstuk om te leren spelen met de dieptewerking.

 

Een moderne variant is de Loreo "Lens-in-a cap" welke niet op een objectief hoeft te worden geschroefd daar het voorzetstuk beschikt over twee eigen lensjes. Op het internet te vinden voor zo'n 60 euro (70 dollar). Met de Loreo kunnen ook stereofoto's met een formaat van 10x15 cm worden bekeken in een speciale kijker.

Loreo maakt tegenwoordig ook LIAC's voor enkele digitale cameratypen. De afstand van de lensjes is afgestemd op de grootte van de beeldsensor in de camera.

 

Voorbeeld van een opname gemaakt met LOREO LIAC.

Zoals te zien is geeft de Lens-In-A-Cap een zeer smalle overgangszone tussen de beide beeldhelften.

De stereoscopische "wip"

De stereoscopische "wip" gaat uit van het na elkaar nemen van twee opnamen met dezelfde camera waarbij echter niet wordt verschoven maar "gekanteld" om de optische as naar het object. We convergeren aldus net als de ogen. Deze methode wordt dan ook veel toegepast bij stereofotografie met de microscoop. In principe wordt niet verder dan 7 1/2 graad gekanteld ten opzichte van de optische as (dus 15 graden in totaal, dit komt overeen met de oogconvergentie naar een object op 25 cm afstand).

Als een moderne digitale toepassing kan de Pentax Optio camera in beschouwing worden genomen. Deze camera's hebben een heel leuke 3D-mode waarbij na elkaar twee opnamen (van bewegingsloze objecten) moeten worden genomen. Bij het maken van het twee deelbeeld (na een kleine verplaatsing) wordt de eerste opname ingespiegeld ter orientatie. In de praktijk zal er bij het maken van dit soort opnamen convergentie optreden wanneer de dichtstbijzijnde objecten "dekkend" worden genomen. Hierdoor komen zij tevens nabij c.q. in het schijnraam te liggen. Olympus schijnt ook in recente digitale modellen een 3D-mode te hebben ingebouwd.

De lenticulaire opnametechniek

Bij de lenticulaire opnametechniek wordt een multilens camera gebruikt en de opname afgedrukt op rasterpapier. Een camera waarmee dergelijke opnamen konden worden gemaakt is de NIMSLO uit het begin van de tachtiger jaren. Na een korte 'hype' zakte de markt weer in elkaar. Er zijn wereldwijd nog maar enkele adressen van centrales waar dergelijke afdrukken kunnen worden gemaakt. Veel bezitters hebben hun camera's omgebouwd naar tweelenzige stereocamera's. Zie voor meer informatie over de lenticulaire techniek ook de pagina's 3D-projectie en 3D-TV. Het ziet er namelijk naar uit dat de toepassing van deze techniek weer helemaal terug komt in de komende jaren.

 

Een recent uitgebrachte lenticulaire camera!

Bovenstaande camera heeft 5 lenzen om een rustig lenticulair beeld te krijgen en fotografeert op middenformaat film (45x60mm).